Publicatiedatum: 31-08-2009
Wie vanuit de voerruimte de stallen van Willy en Ans Hofmans inkijkt, ziet een bijzondere inrichting. Waar bij een normale stal voor opfok vermeerdering, 1 m2 springtafel per 1.000 dieren beschikbaar hoort te zijn, zijn de stallen van Willy en Ans ingericht met veel meer oppervlakte springtafel. Van voor tot achter in de stallen zijn middenin beunen geplaatst van 3,6 meter breed. Een kwart van het staloppervlak bestaat uit springtafel/beun. Aan beide zijkanten van deze beun is vervolgens nog een opklapbare tafel geplaatst waardoor de dieren springmogelijkheden en extra leefoppervlak hebben. Een groot gedeelte van de voer- en drinkwaterapparatuur is beschikbaar op deze beun, zodat de dieren er niet omheen kunnen en daardoor automatisch gebruik maken van deze springtafels. Dat bereidt de dieren goed voor op later. Verder maakt Willy dankbaar gebruik van het systeem om de dieren op te sluiten voor de verschillende behandelingen die in de opfok moeten plaatsvinden. „En dat zijn er nogal wat. Denk alleen maar eens aan alle entingen die in die eerste 20 weken moeten worden gedaan om de dieren voldoende bescherming mee te geven voor de gehele legperiode daarna."De organisatie van alle entingen en andere behandelingen ligt vooral bij de opfokorganisatie. „In overleg stellen we een datum vast en zij regelen dan welke ploeg komt en wat er precies moet gebeuren. Ik hoef de mensen alleen maar te ontvangen en te begeleiden."
24 jaar lang grootouderdieren
Willy heeft van jongsaf ervaring met pluimvee. Op 500 meter van zijn geboortehuis (met gemengd bedrijf) is in 1968 op de huidige locatie een pluimveebedrijf gebouwd. De kleine Willy, de op één na jongste telg, moest geregeld 's middags na school meehelpen. Na de MTS en enige jaren werk in de bouw, nam Willy het bedrijf in januari 1975 over. Begin jaren zeventig is een voergeldcontract aangegaan met de toenmalige firma Goossens voor de huisvesting van Pilchgrootouderdieren in de opfok en de legperiode. Het was intensief werk met de bewerking van de eieren en de selectie van de dieren. Ans: „Zo was het in die tijd verbazingwekkend voor onze kinderen als papa eens een keer mee kon gaan met een uitstapje. Dat kon dan alleen in de opfokperiode."
Eind jaren zeventig was er de mogelijkheid om uit te breiden met een tweede stal. Willy: „We hebben in totaal 24 jaar grootouderdieren op het bedrijf verzorgd. Na een korte overstap naar Avian-grootouderdieren, hebben we toch gekozen om door te gaan met opfok vermeerdering vlees." De laatste uitbreiding vond plaats in 1998. Er kwam een derde stal bij die de opzetcapaciteit van het huidige opfokbedrijf bracht op 40.000 dieren. Plannen voor een eventuele vierde stal zijn in de maak.
Hygiëne en klimaat goed geregeld
De drie stallen staan naast elkaar. Aan de voorzijde zijn ze verbonden via een centrale voerruimte, waarvan een deel in gebruik is als kantoor/kantine. Aan de voorgevel van de eerste stal is te zien dat er enkele keren aan is verbouwd. Willy: „In 2002 is de stal afgebrand. We hebben de stal herbouwd en aangepast aan nieuwe inrichtingseisen." Na de vogelpestperiode van 2003 was er veel behoefte aan opfokplaatsen voor leghennen en is het bedrijf tijdelijk overgeschakeld. Daartoe is een nieuwe inrichting geplaatst. In 2007 echter, toen de vraag naar opfok vermeerdering weer steeg, werd uiteindelijk toch gekozen voor de opfok van ouderdieren. Willy: „We hebben destijds heel bewust die definitieve keuze gemaakt, vooral vanwege het type dier, maar ook omdat je minder gebonden bent dan bij een legkoppel." Wie de dieren wil bekijken, moet douchen. En ook de brandschone en opgeruimde voerruimtes laten zien dat hygiëne op het bedrijf hoog in het vaandel staat. In de middelste stal zijn de ventilatoren in de nok geplaatst. In de beide andere stallen wordt gewerkt met eindgevelventilatie. De verwarming gaat met Priva-heteluchtkanonnen, die in de bredere stallen worden ondersteund door hulpventilatoren. Door de ventilator in een kanon continu te laten draaien
en het kanon slechts af en toe te laten ontbranden, is Willy in staat een continu luchtbewegingspatroon in de stal te krijgen met een slechts kleine temperatuurschommeling ten gevolge van de verwarming. „Ik kan bovendien de temperatuur in de stal, zeker ook met warmte buiten, goed in de hand houden. Deze dieren produceren niet zoals bij vleeskuikens, maar hoeven alleen maar langzaam te groeien." De Stienen-klimaatcomputers zorgen er vervolgens voor dat het klimaat in de stallen tot in de puntjes wordt verzorgd. Het bedrijf heeft een eigen drinkwaterbron die op 80 meter diep schoon drinkwater voor de hennen oppompt. Installaties voor het verminderen van ijzer- en kalkconcentraties maken het water gebruiksklaar.
Skip-a-day-voerprogramma
Om structuur te krijgen in het voerprogramma maakt het bedrijf gebruik van een schema van vier en drie dagen. Willy: „Het skip-a-day-voerprogramma houdt hier in dat vier dagen per week vaste voerdagen zijn en de drie tussenliggende dagen niet-voerdagen ofwel strooidagen. Het is wel van belang dat je op de dagen dat je entingen uitvoert, niet voert. De dieren moeten dan nuchter zijn." Willy en Ans hebben al jaren een goede samenwerking met de opfokorganisatie PluVita van Cehave en gaan uit van het volgende standpunt: ‘geen bericht, goed bericht'. „In de beoordeling van het opfokresultaat speelt vooral de uniformiteit van de opgefokte Cobb- of Ross-vleeskuikenouderdieren een grote rol. Zit ie boven de 60 procent, en dat is bij ons royaal het geval, dan is dat goed."



