Publicatiedatum: 22-06-2010
Voersamenstelling
Het spenen is voor biggen enorm stressvol. Doordat de melk wegvalt, moet vast voer met name de energie en eiwitvoorziening overnemen. De eerste dagen na spenen is vooral de energie- en vochtopname belangrijk. Goed speenvoer/brij bevat gemakkelijk opneembare energie. Een specifieke keuze aan goed verteerbare en smakelijke zetmeel- en vetbronnen is de basis voor een goed speenvoer. Daarbij is de methode van processing van invloed op de benutting van de grondstoffen. Dit is vooral bij biggen een zeer belangrijk aspect. Niet geproceste (dus niet geperst of Air Line® behandeling ondergaan) granen zijn moeilijker verteerbaar voor jonge dieren en belasten het maagdarmkanaal sterker dan geproceste granen. In biggenvoer mag de totale eiwitbelasting op het maagdarmkanaal niet te hoog zijn. Niet goed verteerd of teveel eiwit geeft een te grote belasting van het maagdarmkanaal. Dit vergroot de kans op diarree. De juiste zurencombinaties en mineralen zorgen voor een juiste pH in de maag wat de eiwitvertering verbetert. Daarnaast doodt een lage pH schadelijke bacteriën in de brij. Voor biggenopfok is het raadzaam om minimaal twee mengsels te kunnen maken, namelijk voor de eerste 10-14 dagen na spenen en vanaf 14 dagen na spenen. Dit zorgt voor een betere afstemming op de behoefte van de big. Ook is het financieel voordeliger. U kunt de biggen ook de eerste 4 dagen handmatig speenvoer verstrekken en daarna direct op een brijmengsel zetten. Door de ervaring op een groot aantal bedrijven heeft Cehave Landbouwbelang meerdere voerconcepten ontwikkeld voor gespeende biggen passende bij de verschillende voerstrategieën.
Bijproducten
Er is maar een beperkt aantal bijproducten geschikt voor biggen op brij. Van de aardappelbijproducten is slechts een klein deel geschikt. Aardappelzetmeel is, vanwege het hoge en goed ontsloten zetmeel, beter. Zuivelproducten, zoals kaaswei, zijn alleen geschikt als de kwaliteit constant is en de aanwezigheid van gisten voldoende wordt beheerst. Van de vochtrijke tarwezetmelen zijn slechts enkele geschikt. Hierbij gaat de voorkeur uit naar een laag suiker- en hoog zetmeelgehalte. In brijrantsoenen voor biggen worden, vanwege de matige eiwitkwaliteit, bij voorkeur geen eiwitrijke bijproducten opgenomen zoals tarwegistconcentraat.
Hygiëne
Naast de nutritionele aspecten is de kwaliteit van het brijmengsel voor biggen zeker zo belangrijk. De versheid van de brij bepaalt de smakelijkheid. Een restloos voersysteem is aan te bevelen. Een niet restloos voersysteem betekent dagelijks verversen van de restbrij zodat gisten en schimmels zo min mogelijk kans krijgen. Aanwezigheid van gisten en/of schimmels betekent direct voeropname vermindering en een lagere groei van de biggen. Regelmatige controle via bijvoorbeeld de BrijPool is daarom gewenst.
Solide brij
Brijvoer voor biggen moet solide zijn. Dit betekent dat de brij niet mag ontmengen. Het ontmengen van brij betekent verschil in opname van hoeveelheid drogestof en nutriënten. Biggen die de bovenste (dunne) fractie opnemen krijgen te weinig energie en mogelijk teveel zouten binnen. Zij groeien niet en de mest wordt platter.
De dikke fractie, met de hoogste voederwaarde, van de ontmengde brij, blijft achter in de trog en wordt niet of nauwelijks opgenomen. Cehave Landbouwbelang maakt gebruik van speciaal geproceste grondstoffen om de brij solide te maken.
Gespeende biggen direct op brijvoer kan alleen succesvol zijn wanneer voldaan wordt aan de volgende spelregels; de brij moet voldoende solide zijn en de juiste grondstoffen bevatten om een optimale darmgezondheid te realiseren. Goed opstarten na spenen is de basis voor een maximaal resultaat bij de biggenopfok en later in de vleesvarkensstal.



