Nieuwsberichten
>
 

Publicatiedatum: 22-06-2010

Biggen nemen via de biest antistoffen op van de zeug. Dit geeft de big vier tot zes weken bescherming tegen de meeste ziekten die op het bedrijf voorkomen. wanneer biggen van verschillende tomen met elkaar in contact komen, bestaat de kans op ziekteverspreiding. Dit komt doordat de biggen niet allemaal dezelfde antistoffen krijgen. Dit is het risico van het overleggen van biggen. Een aantal belangrijke aandachtspunten bij het overleggen op uw bedrijf:

Algemeen advies

  • Zorg dat pasgeboren biggen de eerste 12 tot 24 uur zoveel mogelijk biest opnemen bij de zeug waar zij opgroeien.
  • Beperk het overleggen van biggen tot een minimum.
  • Leg alleen biggen van zeugen die tegelijkertijd gebigd hebben over.
  • Geef gelten minimaal 12 biggen. Zo produceren alle pakketten goed melk.
  • Legt u biggen bij een andere zeug? Doe dit dan tussen 12 en 24 uur na het werpen van de zeug.
  • Leg nooit meer biggen bij een zeug dan het aantal goede spenen.
  • Beoordeel het uier voor het werpen op aantal goede spenen.
  • Beoordeel het verleden van een zeug aan de hand van de aanwezige zeugenkaart.
  • Verleg biggen alleen als dit noodzakelijk is, zoals bij grote tomen en /of dunne biggen.
  • Streef niet naar uniforme tomen van 11 of 12 biggen, maar naar het juiste aantal bij de juiste zeug. De kwaliteit van de zeug is de graadmeter,

Pleegzeug maken bij teveel biggen bij de zeug

Een pleegzeug is een zeug tussen 8 en 15 dagen lactatie.

  • Maak bij meer dan 13,5 levend geboren biggen een dag na werpen een pleegzeug.
  • Houd een van de kraamhokken leeg.
  • Zet de pleegzeug in het lege hok.

Werkvolgorde bij overleggen zwakkere biggen

  1. Eventueel krijgt een zeug, niet de pleegzeug, 12 (tot 36 uur) uur na werpen nieuwe biggen. De bijgelegde biggen zijn 12 (tot 24) uur oud. De big heeft dan voldoende biest opgenomen van haar eigen moeder (cellulaire immuniteit) en kan nog biest opnemen bij de pleegzeug. Het is raadzaam de eerst geboren biggen te merken zodat u weet welke biggen de meeste biest gehad hebben.
  2. Leg de dunste biggen bij de 2e/3e worps zeugen. Geef ze daarna drie dagen rust!!
  3. Verplaats op dag vier de dunne biggen naar de pleegzeug, eerder is het uier (big) niet te beoordelen qua melkgift.
  4. Laat een van de kraamhokken leeg wanneer u zeugen in de kraamstal zet.
  5. Verzamel de dunne biggen.
  6. Leg dunne biggen bij de 2e/3e worps pleegzeug of leg een goede toom biggen bij de pleegzeug, en geef de vrijgekomen zeug de dunne biggen.
  7. Plaats de pleegzeug in een leeg hok.
  8. Een pleegzeug is een zeug van +10 dagen lactatie.
  9. Biggen van de pleegzeug spenen, maar in de afdeling laten liggen.

Bij meer dan 13,5 levend geboren biggen: dag na werpen pleegzeug maken

  1. Laat, als u zeugen in de kraamstal zet, een van de 20 kraamhokken leeg.
  2. Zet de pleegzeug in het lege hok.
  3. Een pleegzeug is een zeug van 8 of ± 15 dagen lactatie.
  4. Verzamel de grote biggen (die hebben de meeste biest gehad).
  5. Speen de biggen van de pleegzeug, maar laat ze wel in de afdeling liggen.

Na spenen:

  1. Meng biggen na het spenen zo min mogelijk.
  2. Reserveer 1 hok voor de achterblijvers.
  3. Leg biggen in een afdeling die leeg, schoon en droog is.
  4. Controleer in één richting, van jong naar oud.
  5. Minimaliseer het aantal contacten.
  6. Scheid leeftijden door muren.

NB Leg uitsluitend over binnen de leeftijdsgroep

Advies GD

Achterblijvende biggen zijn vaak drager van veel ziektekiemen. Leg deze achterblijvers nooit over naar een jongere toom, om ziektekiemoverdracht te voorkomen. Beperk het overleggen van zuigende biggen tot de eerste levensdag.

« Terug naar het nieuwsoverzicht


SitemapDisclaimerPrivacy statementLeveringsvoorwaardenLink overzichtAlgemene voorwaardenAcrobat Reader